Door Antoine Printz
In 2025 dalen de aankoopprijzen voor elektriciteit die in het net wordt geïnjecteerd, hoewel er nog steeds aanzienlijke verschillen bestaan tussen contracten . Hoewel variabele prijsformules gemiddeld winstgevender blijven dan vaste prijscontracten, stellen ze prosumers ook bloot aan aanzienlijke schommelingen. Dit artikel analyseert de dynamiek die wordt waargenomen op de Brusselse injectiemarkt en benadrukt de verschillen tussen aanbiedingen en de lopende transformaties.
Net als bij afnamecontracten bieden leveranciers variabele prijzen en vaste prijscontracten voor het injecteren van elektriciteit. Het aanbod blijft echter beperkter wat betreft de vaste prijscontracten. In december 2025 zijn er in Brussel slechts drie contracten beschikbaar: ENGIE's Easy en Empower-contracten, evenals Mega's contract via Testaankoop. Omgekeerd bieden TotalEnergies en Luminus geen vaste prijs voor injectie: zelfs wanneer hun klanten kiezen voor een vast contract voor de afname, blijft de vergoeding voor de geïnjecteerde elektriciteit variabel.
Wat betreft variabele prijscontracten is het aanbod breder, met ongeveer tien contracten. Deze diversiteit impliceert echter geen grotere duidelijkheid, aangezien de verschillen tussen de contracten soms significant zijn en gebaseerd zijn op complexe indexeringsmechanismen.
Sinds oktober 2025 hebben sommige leveranciers dynamische prijscontracten voor injectie ingevoerd. Omdat deze aanbiedingen nog recent zijn, zijn ze hier niet opgenomen, al laten ze wel een verschuiving zien naar meer blootstelling aan marktsignalen.
1. 1 Een prijsdaling in 2025, met tegengestelde dynamiek
De vergelijking van de gemiddelde tarieven over het jaar 2025 vertoont een algemene neerwaartse trend, gevolgd door meer contrasterende bewegingen gedurende het jaar.

Vergelijking van de gemiddelden van vaste en variabele injectiecontracten tussen januari en december 2025 (€c/kWh)
Vaste prijscontracten daalden van gemiddeld 2,48 €c/kWh in januari naar 1,94 €c/kWh in december, een daling van 21,8%. Variabele prijscontracten lieten een duidelijkere daling zien, van 5,7 naar 4 €c/kWh (-29,8%).
Gedurende het jaar als geheel blijven variabele prijscontracten rendabeler dan vastprijscontracten, met uitzondering van een kort moment in juni wanneer de twee niveaus samenkomen. Een reden voor dit verschil is dat variabele prijscontracten een directere invloed ondervinden van ontwikkelingen op de groothandelsmarkten.
2. 2 Sterk fluctuerende prijzen voor variabele prijscontracten
De gedetailleerde analyse van variabele prijscontracten benadrukt aanzienlijke schommelingen gedurende het jaar.

Feed-in prijs tussen januari en december 2025 (€c/kWh)
De prijzen bereikten een hoog niveau aan het begin van het jaar, tot ze vanaf maart begonnen dalen. In de zomer wordt een stijging waargenomen, gevolgd door een nieuwe daling, en een nieuwe stijging aan het einde van het jaar. Deze variaties weerspiegelen veranderingen in de groothandelsmarkten, maar ook de specificiteit van injectieprofielen.
De verschillen tussen contracten zijn aanzienlijk. Het contract dat TotalEnergies aanbiedt lijkt het minst voordelig te zijn over het hele jaar, terwijl het ENGIE-contract voor begunstigden van de sociaal tarief het meest rendabel is. Het gemiddelde verschil tussen deze twee aanbiedingen is 3,8 €c/kWh.
Deze verschillen zijn deels te wijten aan de gebruikte berekeningsmethoden. Sommige contracten zijn gebaseerd op injectieprofielen (SPP-profielen), die meer gewicht geven aan periodes van hoge productie - meestalgelinkt aan lagere marktprijzen. Andere gebruiken eenvoudige gemiddelde marktprijzen. Deze methodologische keuzes hebben een directe invloed op de effectieve prijszetting.
Er waren in 2025 ook enkele ongunstige ontwikkelingen voor prosumers. Het Mega-contract via Testaankoop is op dit vlak bijzonder illustratief. Tot het voorjaar was dit een contract met een gemiddeld prijsniveau. Vanaf juni leidt een verandering in de indexatieformule tot een duidelijke daling van de prijs, zodat het een van de minst voordelige contracten op de markt wordt tijdens de zomermaanden.
Deze ontwikkeling vindt precies plaats op het moment dat de injectievolumes op hun hoogst zijn, door de hogere productie van fotovoltaïsche energie. Dit resulteert in een aanzienlijke verlaging van de jaarlijkse vergoeding: voor een injectie van 3000 kWh daalt die volgens schattingen van ongeveer 119 euro naar 85 euro.
Dit fenomeen onderstreept een centraal punt: de waarde van de geïnjecteerde elektriciteit hangt niet alleen af van het geproduceerde volume, maar ook van het tijdstip waarop deze productie plaatsvindt. Periodes van hoge zonne-energieproductie vallen immers vaak samen met lagere marktprijzen, wat de waarde van de geïnjecteerde elektriciteit beperkt.
3. 3 Weinig en laagbetaalde vaste contracten
Vaste prijscontracten zijn stabieler, maar blijven schaars en over het algemeen minder voordelig.

Injectieprijs van vaste prijscontracten tussen januari en december 2025 (€c/kWh)]
De contracten van ENGIE lopen gedurende het hele jaar gelijk, dalend van 2,8 naar 1,9 €c/kWh. Het contract van Mega volgt een andere koers, met een lagere initiële prijs (1,7 €c/kWh), maar een geleidelijke stijging gedurende het jaar, met een uitloop van 2 €c/kWh in december.
De kloof tussen deze contracten blijft beperkt, met een jaarlijks gemiddelde van 0,5 €c/kWh, veel kleiner dan dat van variabele prijscontracten. Dit weerspiegelt een lagere spreiding, maar ook een algemeen lager prijsniveau.
4. 4 Structureel lage prijzen
Naast de verschillen tussen de contracten is één ding duidelijk: injectieprijzen blijven laag, ongeacht de gekozen formule.
In de meeste gevallen bieden ze geen significant rendement op de elektriciteit die door huishoudens wordt geproduceerd. Deze situatie kan vooral worden verklaard door het feit dat het merendeel van de elektriciteit wordt geïnjecteerd op het moment dat het het meest overvloedig is op het net, en dus het minst waardevol is.
Eigen verbruik lijkt dan ook een centrale hefboom te zijn om de winstgevendheid van fotovoltaïsche installaties te verbeteren. In Brussel is het gemiddeld goed voor ongeveer een derde van de productie, terwijl de rest tegen relatief lage prijzen wordt geïnjecteerd.
5 Conclusie
In 2025 dalen de injectieprijzen in hun globaliteit, hoewel ze worden gekenmerkt door grote variabiliteit en significante verschillen tussen contracten. Variabele prijsaanbiedingen blijven gemiddeld voordeliger, maar stellen prosumers bloot aan aanzienlijke schommelingen en mechanismen die soms moeilijk te begrijpen zijn.
In deze context blijft de vergoeding voor de geïnjecteerde elektriciteit beperkt, wat het belang van eigen verbruik onderstreept. Voor Brusselse huishoudens is het begrijpen van de voorwaarden van deze contracten en hun ontwikkeling een centrale kwestie om het beheer van hun productie te optimaliseren.
In bredere zin maken deze dynamieken deel uit van een veranderende markt, waarbij de waarde van elektriciteit steeds meer afhangt van wanneer deze wordt geproduceerd en verbruikt.